BPR

Vanaf 1 januari 2016 is het Binnenvaart Politie Reglement gewijzigd. De laatste versie vind je hier: Binnenvaart Politie Reglement

Hieronder zijn een aantal van de belangrijkste reglementen voor ons als waterscouting samengevat.

Definities schepen

In het BPR worden de schepen benoemd; een groot schip is een schip niet zijnde een klein schip (korter dan 20 meter). Met uitzondering van:

  • een schip dat een groot schip sleept, assisteert, duwt of langszijde vastgemaakt meevoert. (gewijzigd!);
  • een passagiersschip;
  • een veerpont;
  • een vissersschip;
  • een duwbak.

Kleine sleepboot

Een klein schip dat een groot schip wil slepen moet daarvoor ingericht zijn. Schepen zonder geldig Certificaat van Onderzoek mogen geen grote schepen slepen, duwen, etc.
De schipper van een kleine sleep- of duwboot moet een Klein Vaarbewijs hebben.

Passagiersschip

Een passagiersschip dat meer dan 12 passagiers mag vervoeren is altijd een groot schip, ongeacht de lengte van het schip. Of een schip daadwerkelijk passagiers vervoert is niet van belang, het gaat erom of het mag (geldig Certificaat van Onderzoek).

Om te laten zien dat een passagiersschip korter dan 20 meter toch een groot schip is, toont deze overdag verplicht een gele ruit die van alle kanten zichtbaar is (bijvoorbeeld in de mast). ’s Nachts toont een passagiersschip de verlichting van een groot schip.

Snel schip

Een groot motorschip dat meer dan 40 km. per uur vaart is een snel schip. Een snel schip toont zowel ’s nacht als overdag twee gele snelle flikkerlichten onder elkaar.

Kleine schepen die sneller dan 40 km. per uur kunnen varen blijven een klein schip en zijn dus geen snel schip. Een klein schip dat sneller vaart dan 20 km. per uur wordt een snelle motorboot genoemd.

Vissersschip

Een vissersschip is een schip dat vist met netten, lijnen, sleepnetten of ander vistuig die de manoeuvreerbaarheid beperken. Een visser die niet daadwerkelijk vist is dan ook geen vissersschip.
Een varend vissersschip voert als verlichting:

  • groen boven wit rondom schijnende lichten;
  • een rood en een groen boordlicht;
  • een wit heklicht.

Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen treilvisserij en andersoortige visserij.

De Stuurboordwal-regel

Kleine schepen worden in het nieuwe BPR beter beschermd onder andere door de verandering in prioriteit van de stuurboordwal-regel. In het oude BPR moesten kleine schepen bijna altijd uitwijken voor grote schepen. In het nieuwe BPR is eerst de stuurboordwal-regel van toepassing en pas als dit niet van toepassing is: ‘klein wijkt voor groot’. Pas als een klein schip niet duidelijk stuurboordwal houdt, moet het voorrang verlenen aan een groot schip.

Dus: Grote schepen wijken voor kleine schepen die stuurboordwal varen.

Blauw bord

Als een groot schip een ‘blauw bord’ toont aan de stuurboordzijde van het schip, geeft het aan dat het met een bepaalde reden in plaats van bakboord op bakboord, stuurboord op stuurboord wil varen. Meestal betekent dit dat het grote schip bakboordwal aan wil houden. Een klein schip kan dan oversteken naar de andere zijde van het vaarwater (ook bakboordwal), maar dat hoeft niet. Het kan bijvoorbeeld ook net buiten de betonde vaargeul gaan varen en zo aan het grote schip voorrang verlenen.

Navigatieverlichting

Kleine motorschepen mogen tegenwoordig extra verlichting voeren. Behalve de verplichtte boordlichten en het heklicht mag er ook een toplicht gevoerd worden. Deze moet geplaatst worden op dezelfde hoogte als en tenminste 1 meter voor de boordlichten.

Navigatieverlichting moet tegenwoordig voldoen aan een keurmerk. De nostalgische olielampen zijn dus niet meer toegestaan als navigatieverlichting.

Slecht zicht

De wateren vermeld in bijlage 9 van het BPR zijn de ‘snelwegen’ van de Nederlandse vaarwegen. In het oude BPR mochten schepen hier slechts met slecht zicht varen indien ze voorzien waren van een marifoon. In het nieuwe BPR moet een schip ook gebruik maken van een radar.

Geluidsseinen

In het BPR is een beperkt gebruik van geluidsseinen voorgeschreven. In het BPR mogen grote schepen alleen geluidsseinen geven ter voorkoming van aanvaring. Alle grote schepen moeten tegenwoordig uitgerust zijn met een marifoon. Alleen als kleine schepen geen marifoon hebben en niet begrijpen wat andere schepen willen worden nog geluidsseinen gebruikt.

Een klein schip moet zonodig de volgende geluidsseinen geven:

  • attentiesein (1 lange stoot);
  • ik kan niet manoeuvreren (4 korte stoten);
  • noodsein (minimaal 4 lange stoten of reeksen klokslagen).

Een klein schip mag de volgende geluidsseinen geven:

  • mistsein (1 lange stoot minimaal ieder minuut);
  • ik ga stuurboord uit (1 korte stoot);
  • ik ga bakboord uit (2 korte stoten);
  • ik sla achteruit (3 korte stoten);
  • er dreigt gevaar voor aanvaring (reeks zeer korte stoten);
  • verzoek om medische hulp (4 korte stoten en 1 lange stoot);
  • blijf weg sein (1 korte stoot gevolgd door 1 lange stoot, ononderbroken minimaal 15 minuten);
  • verzoek tot bediening brug of sluis (1 lange stoot, 1 korte stoot, 1 lange stoot).

Hinderlijke waterbeweging

Elk schip moet zijn snelheid zodanig regelen dat hinderlijke waterbeweging wordt vermeden.

Zwemmen

Zwemmers moeten zich ook aan regels houden. Een zwemmer moet voldoende afstand houden van een varend schip.

Zwemmen is verboden op wachtplaatsen, in vaargeulen, routes van veerponten, havens en gebieden die aangewezen zijn voor snelvaren of waterskiën. Ook in de nabijheid van meergelegenheden, bruggen, sluizen of stuwen mag niet gezwommen worden.

Read 1054 times Last modified on vrijdag, 13 mei 2016 14:15